Zoals Jezus voor God is, ben jij ook.

Wanneer een Israëliet een dier als zijn zondoffer brengt, legt hij zijn hand erop voordat hij het doodt. (Leviticus 4: 1-4) Door zijn hand op het zondeoffer te leggen, worden zijn zonden overgebracht naar het onschuldige dier. Het dier sterft voor zijn zonden en hij gaat vrij.

Wanneer de Israëliet bij het brandoffer zijn hand op het dier legt (Leviticus 1: 3-4), worden de schoonheid, waardigheid en acceptatie van het onbevlekte dier aan hem overgedragen. God accepteert de volmaaktheid van het dierenoffer namens hem om verzoening voor hem te doen. Omdat God het onbevlekte brandoffer accepteert, heeft de aanbieder nu rechten bij God.

Weet je dat de twee offeranden spreken over Jezus’ ene offer, toen Hij aan het kruis hing? Hij is zowel ons zondoffer als brandoffer: ‘Want Hij heeft Hem, die geen zonde heeft gekend, tot zonde [als ons zondoffer] gemaakt, zodat wij de gerechtigheid van God in Hem kunnen worden [als brandoffer]’. Het moment dat je je vertrouwen in Hem legt, enkel door zijn ene offer, zijn je zonden overgebracht naar Hem, en Zijn gerechtigheid is overgedragen op jou. Dat is de genade van God!

Als ons zondoffer offerde Hij Hem voor eens en altijd. (Romeinen 6:10) Het zondoffer was nooit een dagelijks offer omdat God niet wil dat Zijn mensen zonde-bewust zijn. Het brandoffer was echter een ochtend- en avondoffer (2 Kronieken 13:11) omdat God wil dat zijn mensen gerechtigheidsbewust zijn.

God wil dat je dagelijks aanspraak maakt op Jezus als je brandoffer en zegt: ‘Vader, ik dank u dat Jezus mijn brandoffer is. Alles wat Jezus voor U is – Zijn gerechtigheid, uitmuntendheid, schoonheid en perfectie – is overgedragen aan mij. Jezus heeft Uw gunst, dus ik geniet van Uw ongekende gunst in mijn leven. Jezus is de gerechtigheid van God, dus ik ben de gerechtigheid van God in Christus. Zoals Hij voor U is, zo ben ik.